Cabinevakbond VNC in hoger beroep om lifo-beleid KLM af te dwingen

20 juli 2020 - 15:46 | Door: 
onze redactie
| Foto: KLM

SCHIPHOL - De Vereniging Nederlands Cabinepersoneel (VNC) gaat in hoger beroep om een last-in-first-out-ontslagbeleid bij KLM af te dwingen. De VNC had hier al eerder een kort geding over aangespannen, maar kreeg destijds geen gelijk. De rechter zou toen “veel te kort door de bocht" zijn gegaan.

De VNC heeft het gerechtshof verzocht om de zaak als een spoedappèl te behandelen. Dan wordt deze met voorrang behandeld en is er binnen twee tot drie maanden een uitspraak. Volgens de bond is dit van belang omdat KLM mogelijk in het najaar overgaat tot een gedwongen collectief ontslag.

De cabinebond legt het besluit om in hoger beroep te gaan als volgt uit:

De kortgedingrechter is naar ons oordeel veel te kort door de bocht gegaan. Hij is er vanuit gegaan dat partijen het oneens waren over lifo en de discussie daarover door KLM met succes op de lange baan is geschoven. De rechter heeft vanuit die onjuiste gedachte geoordeeld tot afwijzing van de vorderingen en partijen terugverwezen naar de onderhandelingstafel om alsnog nadere afspraken te maken met elkaar.

Hiermee miskent de rechter echter dat de VNC nooit akkoord is gegaan met het verlaten van het lifo-principe en dat KLM in december 2019 nog artikel 4.3 lid 3 van de cao opnieuw is overeengekomen. Daarom staat nog steeds in onze cao dat overtolligheid wordt bepaald aan de hand van de diensttijd en dat al het cabinepersoneel - ongeacht de functie - als één groep moet worden beschouwd.

Ook gaat de rechter voorbij aan het feit dat op grond van vaste rechtspraak werknemers moeten kunnen vertrouwen op de teksten van hun cao. Werknemers moeten dus niet verrast kunnen worden door een uitleg van een cao-bepaling van één van de partijen (of zijn intenties daarbij) die voor de werknemers niet uit die cao-tekst zelf volgt. Afwijken van de lifo-afspraak uit de cao zet daarnaast de deur open naar verdere afbraak van cao-afspraken door KLM.

Volgens de VNC heeft de rechter ook geen rekening gehouden met het speciale carrièreverloop van cabinepersoneel:

Evenzeer is de rechter geheel voorbij gegaan aan het bijzondere en specifieke loopbaansysteem voor cabinepersoneel, waarin diensttijd en anciënniteit/senioriteit leidend zijn. Dat lifo al minimaal 40 jaar tussen partijen is afgesproken, heeft een belangrijke reden: namelijk dat een medewerker(ster) zijn/haar diensttijd en anciënniteit/senioriteit verliest bij uitdiensttreding en dat horizontale instroom, dus instroom in dezelfde functie of op het zelfde niveau, niet of nauwelijks voorkomt.

De rechter stelt dat de anciënniteit/senioriteit en diensttijd niet relevant zijn omdat er nu toch geen banen beschikbaar zijn binnen de luchtvaart, maar dat argument is voor de uitleg van de cao niet relevant. Werknemers moeten immers altijd op de cao-tekst kunnen vertrouwen en de uitleg van die cao verandert niet doordat de marktomstandigheden wijzigen.

Overigens is de andere, kleinere cabinevakbond FNV het niet eens met de aanpak van VNC. Die vindt dat een lifo-regeling helemaal niet goed is vastgelegd in de cao en het daarom geen enkele zin heeft om naar de rechter te stappen. De twee bonden liggen daarover met elkaar in de clinch.
 

Extra advertentie tonen: 
1

Reageren op artikelen? Graag! Er gelden spelregels. We moedigen toevoeging van uw reactie op onze content aan, maar kijken streng naar taalgebruik.

Reisadvies Nederland 14-10
14-10-2020, 13:00
Copyright Reismedia BV 2020