'Oekraïne had luchtruim al in mei moeten sluiten'

3 januari 2015 - 7:08 | Door: 
onze redactie

HILVERSUM - Het luchtruim boven Oost-Oekraïne had al veel eerder gesloten moeten worden. Dat melden deskundigen uit Nederland en Oekraïne aan de NOS. Uit onderzoekt blijkt dat de separatisten al in mei 2014 beschikten over wapens die een gevaar konden vormen voor de commerciële luchtvaart. Voorafgaande aan het neerhalen van vlucht MH17 werden al vliegtuigen neergehaald boven het gevechtsgebied.

Het Oekraïense ministerie van Transport heeft echter nooit overwogen het luchtruim te sluiten, omdat het er geen rekening mee hield dat de wapens zouden worden gebruikt om passagiersvliegtuigen mee te beschieten.

"Nu bekend wordt dat er ook luchtgevechten plaatsvonden boven het oosten van Oekraïne, blijkt dus dat het conflict groter was dan het destijds leek. Op basis van wat nu allemaal bekend is, had het luchtruim gesloten moeten worden en had geen een maatschappij over het gebied mogen vliegen", meldt Nico Voorbach, oud-voorzitter van de Europese pilotenvereniging ECA aan de nieuwszender.

De Oekraïense militair analist Dmitri Tymtsjoek zegt dat het luchtruim al in mei gesloten had moeten worden. Op 6 juni werd vermoedelijk een Antonov An-30 geraakt door vijandelijk vuur in de omgeving van de stad Drobyshevo. Daarbij zijn vijf van de acht inzittenden om het leven gekomen.

De Oekraïense Luchtvaartdienst geeft in juli 2014 een bericht uit dat de vlieghoogte voor burgervliegtuigen wordt verhoogd naar 9754 meter. Maar op 16 juli is er weer een incident. Nu wordt een gevechtsvliegtuig neergeschoten door een luchtdoelraket, die door een ander vliegtuig is afgeschoten. Een dag later stort vlucht MH17 van Malaysia Airlines neer in Oost-Oekraïne.
 
Transportminister
De toenmalige transportminister Boerbak zegt dat zijn diensten nooit hebben overwogen om het luchtruim te sluiten, simpelweg omdat ze er geen rekening mee hielden dat de wapens ook zouden worden ingezet tegen burgerdoelen.

Voorbach verwijt de Oekraïners dat ze de informatie niet hebben gedeeld. "Het is duidelijk dat er meer informatie beschikbaar was voor 17 juli. Het is schandalig dat dit niet internationaal gedeeld werd. Zowel door het land zelf, als door andere, grote luchtvaartmaatschappijen." De ECA wil daarom dat informatie over conflict-zones direct met iedereen gedeeld wordt. “Landen en luchtvaartmaatschappijen moeten risicoanalyses maken over de situatie in een land: is het risico hoog of gemiddeld als je boven een bepaald gebied vliegt",  zegt Voorbach.

Ook zou er een aparte autoriteit moeten komen die beslist of een land zijn luchtruim al dan niet open mag houden. Nu mag een land zelf beslissen of het luchtruim open blijft of niet. "Een luchtvaartmaatschappij kan altijd zelf de inschatting maken of het al dan niet over zo’n gebied wil vliegen. Maar dan moeten ze wel over de juiste informatie beschikken."

Dossier: 

Reageren op artikelen? Graag! Er gelden spelregels. We moedigen toevoeging van uw reactie op onze content aan, maar kijken streng naar taalgebruik.

Copyright Reismedia BV 2020