Paul Melkert: Geen werk

30 oktober 2010

Vrijdagmiddag, en de school ging uit. Terwijl ik op mijn kinderen stond te wachten sprak een andere vader me aan. "Werk jij wel eens? Ik zie je altijd!" Me verdedigend, ging ik uitleggen hoe ik de dag erna, de zaterdag van het weekend waarop hij vrij was, aan het werk zou moeten met een vlucht naar San Francisco, maar zijn aandacht ging verloren aan een gescheiden vrouw die naast hem was komen staan, wachtend op haar over twee klassen verdeelde kroost.

De zaterdagochtend vroeg begaf ik me over een lege snelweg naar Schiphol om er achter te komen dat we er elf uur en vijf minuten over zouden gaan doen om die stad aan de Amerikaanse westkust te bereiken; aan de lange kant, knap wat tegenwind dus, met een straalstroom boven Groenland of all places; door het hoge terrein daar onder ons zou het knap turbulent kunnen worden.

Zover was het nog niet. Nadat alle passagiers aan boord waren en we twee motoren hadden gestart tijdens de "pushback" wilde de startklep van de derde motor niet open. Sh..! Er bleef ons niets over om terug te gaan naar de gate en de grondwerktuigkundige erbij te halen. Die constateerde dat er geen beweging in die klep te krijgen was. Een andere klep inbouwen ging vier uur duren. Snel in conclaaf met alle afdelingen. Er was een andere kist beschikbaar, die zou naar de gate naast ons gebracht kunnen worden, catering overzetten, passage met transitkaarten regelen, de bemanning bleek nog net binnen de wettelijke werktijd te kunnen blijven. Waar blijft die andere kist? Hij werd eerst getankt, vandaar! Andere vliegplannen. Alle bagage en vracht werden alvast uit onze manke machine getrokken door de beladers. Uiteindelijk vertrokken we gelukkig dan toch nog met ‘slechts’ twee uur vertraging door de inspanning van tientallen in deze logistieke nachtmerrie. Veel praten met de passagiers had intussen de initiële frustratie omgebogen naar enigszins begrip.

De turbulentie boven Groenland was er niet. Je weet nooit precies waar die ‘clear air turbulence’ uithangt. Op de ene plek kun je compleet door elkaar geschud worden, terwijl er een mijl naast niets aan de hand is. Intussen hadden we in de rand van de poolnacht nog een schitterend zicht op het kustgebergte met de enorme gletsjers van dat onmetelijke land, terwijl boven de noorderhorizon de volle maan ons toescheen van de andere kant van de aarde, zo noordelijk kwamen we.

Boven Canada was het zicht ongelimiteerd, hemelsbreed kon je vijfhonderd kilometer kijken, verderop de Cascade Range met Mount Jefferson tot Mount Shasta in één blikveld, dik driehonderd kilometer uit elkaar; onbevattelijk!

Uiteindelijk doemde de Bay Area in de verte op, met de bruggen als dunne lijntjes, terwijl we nog eens zo’n driehonderd kilometer te gaan hadden. De nadering had verdere vertraging; omdat we zo laat waren vielen we midden in het plaatselijke, luchtige spitsuur. Dat werd krap in de brandstof. Uitwijken naar Oakland? Uiteindelijk viel het mee, en konden we, dan wel twee uur en twintig minuten te laat, de wielen neerzetten op onze bestemming, en verliet bijna iedereen toch nog lachend ons vliegtuig, ondanks menig gemiste doorverbinding.

In het hotel bleek ik nog een Mustang Cabrio voor een prikkie te kunnen huren voor de rest van de, hier negen uur later begonnen, dag. Zo toog ik een paar uur later in de avond naar de Golden Gate, de brug die zoveel voor me betekent. Net ervoor stopte ik op de parkeerplaats, liet de kap zakken, en reed daarna zachtjes de brug over en voelde me als in een Amerikaanse film, met boven mij die machtige pilaren die over me heen trokken en rechts de verlichting van downtown San Francisco. Aan de andere kant wist ik nog een plek waar je vanaf een heuvel vlakbij de noordelijke pilaar door de tuien van de brug de stad kon zien, en zag dat de mist niet onder de brug door durfde. Dronken dromend van vermoeidheid nam ik het onwezenlijk scenario een half uur tot me voor ik me weer naar het hotel begaf. De dag had zesentwintig uren gekend toen ik mijn hotelbed raakte.

De volgende dag meteen al weer retour. De terugvlucht was probleemloos dit keer. Boven Canada waren mijn co-piloot en ik als enige getuige van een enorm spektakel in de vorm van een magistraal noorderlicht in een verder slapend vliegtuig met onder ons geen mens te bekennen in de noordelijke uitgestrektheid. Een paar uur later ontvouwde zich de hele Noordzeekust van Den Helder tot de Zeeuwse eilanden en ver in de maandagochtend stapten we weer van boord. Als ik me haastte zou ik net nog mijn kinderen van school kunnen halen, ze alvast even zien. Snel een trui over mijn uniformblouse.

Ik was mooi op tijd bij school, weer bekaf na twintig uur; twee nachten later waar er inmiddels drie waren gepasseerd. De andere vader stond er ook weer. "Zo, wat zie jij er uit, zwaar gestapt gisteren? Wanneer moet jij nou eens werken?"

Ik haalde adem om me alsnog te gaan rechtvaardigen, maar met de lucht kwamen de beelden van de afgelopen dagen weer binnen, terwijl inmiddels mijn kleine grut aan kwam hollen. Ik keek de vader nog even aan, glimlachte zachtjes, en zei: "eigenlijk werk ik nooit", omhelsde mijn kinderen en liep, gesteund door in beide handen een kinderhand, op wolken naar huis.

Paul Melkert

Verkeersvlieger

Reageren op artikelen? Graag! Er gelden spelregels. We moedigen toevoeging van uw reactie op onze content aan, maar kijken streng naar taalgebruik.

Frank Oostdam ANVR
8 okt 2020 - 18:10
2 okt 2020 - 10:21
Walter Schut
18 sep 2020 - 16:13
17 aug 2020 - 10:47
28 jul 2020 - 14:40
13 jul 2020 - 13:16
29 jun 2020 - 16:02
Frank Oostdam ANVR
22 jun 2020 - 13:12
19 mei 2020 - 15:34
25 apr 2020 - 13:59
13 mrt 2020 - 17:28
Jan Cocheret
11 mrt 2020 - 16:31
19 feb 2020 - 09:47
31 jan 2020 - 15:15
17 jan 2020 - 17:34
11 jan 2020 - 08:26
Jan Cocheret
8 jan 2020 - 17:12
Copyright Reismedia BV 2020