Arnold Burlage: Op de Schouders

25 januari 2015

Het verbaast me eigenlijk al heel lang. Maar nu bij alle enthousiasme rond de herdenking van Michiel de Ruyter en ook bij het recente dr. Albert Plesman college op de TU in Delft, dringt de vraag zich opnieuw op. Iets om over na te denken. Waarom krijgen grote zonen en dochters in dit land de eer en waardering, die hen toekomt, altijd pas lang nadat ze zijn overleden?

Waarom wordt bij nog levende legendes toch altijd aangevoerd dat die hun opvolgers niet met goede raad en daad voor de voeten moeten lopen? Hoe zo voor de voeten lopen?

Goed, de leeftijd kan uiteindelijk een rol gaan spelen. Laat ik me tot de luchtvaart beperken. Wie heeft na hun vertrek als deskundigen bijvoorbeeld Sergio Orlandini, Jan de Soet (bij leven), Pieter Bouw, Leo van Wijk, Peter Hartman nog wel eens op tv gezien inzake de luchtvaart. Of Martin Schröder en Peter Legro. Waarom wel de merendeels achter bureaus en niet in de praktijk gegroeide deskundigen van stal worden gehaald, is me een raadsel.

Trouwens, is het tegelijk niet eigenlijk misbruik van grote namen, zoals van luchtvaartpionier Martin Schröder voor een onzeker ruimtevaartproject als van de miljonair-avonturier Michiel Mol? En dat terwijl het project al herhaaldelijk is uitgesteld en de kandidaat voor de vuurdoop steeds ouder wordt, net als trouwens andere gevraagde prominente ruimtereizigers, die daarentegen wel voor de gewenste publiciteit zorgen.

Niemand weet wanneer de 'ruimte-jet' met slechts één vlieger en één passagier luttele minuten buiten de dampkring wordt geschoten. De vraag is dan ook of een deceptie voor de argeloze aspirant astronauten niet moet worden voorkomen

Misschien maak ik me ook wel onterecht zorgen over de statuur van in dit geval Martin Schröder, omdat voor mij en vele stille waarnemers ook steeds minder vaststaat dat het ruimtevaartproject wel zal doorgaan. Hoe dan ook, ik vind dat Martin samen met natuurlijk Albert Plesman en ook John Block van Transavia zeer gewaardeerde luchtvaartpioniers moeten blijven. En geen speeltje van hobbyisten.

Maar terug naar de grote dagelijkse luchtvaartzaken en de omgang met vorige generaties. Is er dan niet het besef dat de nieuwe generatie start en staat op de schouders van voorgangers? Waarom worden die dan niet meer bij de praktijk betrokken? Waarom geen senioren convent, waaruit in deze tijd van crisis in de luchtvaart uit zeer waardevolle ervaring kan worden geput? En hoezo dan argumenten als verouderde kennis en niet meer "connected?" Ligt dat dan niet aan de nieuwe generatie, die de deuren te zeer gesloten houdt? Wie het oor te luisteren legt hoort naast teleurstelling ook veel onbegrip.

Ik steek de hand in eigen boezem. Hoe goed voelt het niet dat ik mag blijven schrijven, presentaties houden en soms gevraagde en ongevraagde adviezen geven aan collega’s en, nog steeds, mijn eigen krant: De Telegraaf. Een mooiere waardering voor wat ik tot mijn pensionering deed, is er wat mij betreft niet te krijgen.

Een communicerend vat van oud en nieuw is van eminente betekenis. Niet direct om een crisis op te lossen. Wel om zaken waarbij in het verleden door schade en schande wijs is geworden uit te wisselen. Niet zelden met ook oplossingen voor problemen in het heden.

Nog belangrijker is het om de nieuwe generaties te bestuiven met luchtvaart DNA, dat node wordt gemist bij met name raden van commissarissen, bijvoorbeeld van Schiphol Group en in mindere mate ook bij KLM.

Een verontrustende ontwikkeling dat commissarissen met hun nu eenmaal controlerende en beoordelende taak zonder voldoende kennis van de luchtvaartwereld bijvoorbeeld moet oordelen over een Schiphol-directie. Is dat wellicht de reden van de botsingen en heftige ruzies die met de echte luchtvaart-managers, die zand blijven strooien in de belangrijkste motor van onze economie?

Transavia, de 100 procent KLM dochter, is overigens een voorbeeld hoe het wel kan en feitelijk moet. De maatschappij telt stuk voor stuk commissarissen met luchtvaart ervaring en -kennis, die de directie controleren. Alle reden om ook daarin dan meer vertrouwen te hebben. Commissarissen, die - indien nodig - hand- en spandiensten kunnen verrichten stemmen gerust.

Trouwens nog wel eens wat van KLM-president commissaris Hans Smits gehoord, anders dan van de onbegrepen wijze waarop hij KLM-topman Camiel Eurlings aan de kant zette tegen alle gebruiken in binnen Nederland Ondernemersland. Wanneer en tegen wie legt hij, ooit gewaardeerd topman van Schiphol, feitelijk rekening en verantwoording af? Of gebeurde zijn optreden wellicht op verzoek van 'Parijs'.

De overige KLM commissarissen - nauwelijks thuis in de zeer complexe wereldluchtvaart, kwamen evenmin uit hun schulp, terwijl in ondernemersland nog steeds vol onbegrip over die ongebruikelijke ontslagwijze door de zwijgzame president commissaris wordt gesproken.

Onbehoorlijk en schandalig zijn zacht uitgedrukt de typeringen die aan de gang van zaken rond Camiels’ ontslag - niet omtrent de noodzaak - worden gegeven. Ook nu de discussies over het leeghalen van de KLM-kas door Parijs internationaal en nationaal hoog oplaaien, hoor en zie je de “blauwe” president commissaris niet.

De roep, dat het hoog tijd wordt voor de politiek om in te grijpen, wordt steeds luider. Maar ook daar ontbreekt het aan voldoende luchtvaart DNA - sporen, nodig om de problemen en ook de uitdagingen van de luchtvaart te begrijpen. Wie het dan mag zeggen? Misschien dat maar eens een delegatie van gepokt en gemazelde en gewaardeerde luchtvaart eminenties de politieke arena moeten insturen om ze daar een lesje te leren.

Arnold Burlage
[email protected]

Reageren op artikelen? Graag! Er gelden spelregels. We moedigen toevoeging van uw reactie op onze content aan, maar kijken streng naar taalgebruik.

Copyright Reismedia BV 2019