Herman Mateboer: Bill & Bill

5 mei 2013

Deze heren speelden op kompleet verschillende tijdstippen een rol in mijn leven. Ze kenden elkaar niet, de ene was Amerikaan de andere Canadees. Er was niets wat hen onderling verbond. De enige overeenkomst was dat ze allebei de kost verdienden met vliegen. De oude Bill heette Watson van achternaam en was een FAA examinator en nam dus examens af voor alle brevetten. De jonge Bill heette Gillies van achternaam en was mijn collega in de tijd dat ik op Dominica woonde en vloog.

Destijds in Newport News waar ik mijn vliegopleiding volgde, kwam ik in aanraking met Bill Watson, toen hij mijn Private Pilot vliegexamen afnam. Na een poosje vliegen in de richting van Wakefield, Virginia keek hij me aan en vroeg; 'Sir, ever heard of longevity?'

Ik: 'No.'

Bill: 'Try.'

'Well, eeuhhmm…'

Bill: 'It is about the propensity of living a long life sir, from now on try to fly coördinated, you’ll live longer.'

En zo was Bill al aardig op leeftijd geraakt, gecoördineerd vliegen, zuiver sturen en nooit voor een tweede keer hetzelfde doel aanvallen. Dat laatste refereerde aan zijn indrukwekkende carrière bij de Amerikaanse luchtmacht. Die begon toen hij een broekie was en een Mustang meekreeg om onder andere over Nederland the Mighty Hun op z’n falie te geven. Hij had gelogen over zijn leeftijd want als hij moest wachten tot zijn achttiende verjaardag kon de oorlog wel es afgelopen zijn. Van wat ik begreep was hij een ace, maar daar zou hij zelf nooit over praten. Hij was soort van legendarisch en toch de bescheidenheid zelve. Eigenlijk was alles wat je over hem hoorde uit de tweede hand.

Een keer, na mijn Commercial Pilot's examen, zat hij op de praatstoel. Bill vertelde hoe hij in een DeHavilland Beaver, met een mitrailleur op de vloer voor de open deur geschroefd, rondvloog. De schutter lag met banden vastgebonden aan de vloer en zo joeg men achter de Noord Vietnamezen aan. Vandaar kwam het gesprek op zijn tijd in de Tweede Wereldoorlog en ja hij had ook boven Holland gevlogen. Daar had hij een keer een goederentrein aan flarden moeten schieten. Althans dat was de missie, maar hij miste en ging op zoek naar zijn secondary target. Teveel afweergeschut op de trein. Nooit teruggaan voor nog een rondje, want dan stonden ze klaar. In de kantine van de vliegschool zaten een aantal ventjes uit Holland in doodse stilte naar deze man te luisteren. Bill had ook nog F86's gevlogen in Korea. Nu snabbelde hij bij als FAA examinator om zijn karige pensioentje van de luchtmacht wat aan te lengen. Er zijn mensen in deze wereld die respect eisen, het woord altijd voor op de tong hebben. Bill had dat niet nodig, die kreeg het toch wel.

De andere Bill, die Gillies van achternaam heet, kwam me in Nederland opzoeken. Hij wilde naar Arnhem om de plek waar zijn oom had gevochten in de slag om Arnhem te bezoeken. Op een mooie zomeravond checkten we in in het Runover hotel, met uitzicht op de Rijn. Op het uithangbordje stond op een wat knullige manier Rijnoever Hotel geschilderd. Dat was zo gedaan dat het net leek alsof er Runoever stond. Vandaar dat Bill het direct tot Runover Hotel doopte.

Na een avondje stappen aan de Korenmarkt gingen we de volgende dag naar Oosterbeek, naar het Airborne museum. Hier liepen we een oude Schot tegen het lijf die in een aftandse Opel Record tours gaf van het slagveld, de loopgraven en de landingsvelden van de zwevers. Een van zijn handen was vervangen door een stalen haak.

In de auto vertelde hij terloops dat hij na de oorlog was getrouwd met een Nederlands meisje. Hij was onlangs uit het ziekenhuis ontslagen waar er een stuk granaatscherf uit een van zijn testikels was gehaald. Daar moest hij zelf hard om lachen, wat uitmondde in een gierende hoestbui. Toen hij uitgehoest was pakte hij het stompje van zijn sigaartje weer op. Mijn maat Bill zat het hoofdschuddend aan te zien. De Schot was nu helemaal schoon, maar over de jaren hadden ze aardig wat rondzwervend staal uit hem gevist. Op drieëntwintig plekken was hij gewond geraakt. Hij probeerde zijn karige pensioentje wat aan te vullen door tours te geven.

Op de terugweg van de landingsvelden kwamen we langs de erebegraafplaats. De oude Schot vroeg of we hier nog een bezoekje wilden brengen. Het interesseerde mij niet zo, maar mijn vriend Bill wilde er wel even kijken. Ik ben nog altijd blij dat ik dat toen met hem mee ben gegaan.

Wandelend tussen eindeloze rijen witte stenen keek ik naar de namen. Zo te zien kwamen ze voornamelijk uit het Engelse taal gebied. Amerikanen, Canadezen, Schotten, Engelsen, maar ook andere nationaliteiten. Al de gesneuvelden hadden voor zover ik dat goed zag een ding gemeen; er was er niemand bij die ouder was geworden dan ik op dat moment was, zesentwintig. Daar werd ik erg stil van. Honderden en honderden die nooit zouden trouwen, kinderen krijgen of opa worden. Een huis kopen of bouwen. In de tuin barbecueën met je maten en half onder de olie in de auto klimmen om nog wat bier te halen bij de cornerstore. Zeilen op de Chesapeake baai, crabcakes eten op Tangier Island. Vol goesting naar je vrouw in bikini kijken op het voordek, muziekje er bij, wind in je haar.

Zesentwintig of jonger, uit dorpjes in Saskatchewan en New Brunswick. Ze wisten waarschijnlijk niet eens waar Holland lag. Uit Kentucky en Utah. Uit de Yorkshire Dales en Kent. Ze hadden nog nooit van Oosterbeek gehoord en hier lagen ze, het ultieme offer gemaakt zodat ik hier vrij kon rondlopen op mijn zesentwintigste, op deze zomerdag, met mijn leven voor me. Net een baan gescoord op een DC 10, hopelijk es een keer een leuke vriendin. Zat aan een mooie auto te denken, wilde nog een keer terug op vakantie naar de States, oude bekenden opzoeken. Volgende maand een week zeilen met de Lemsteraak van een vriend, met klasgenoten van de vliegschool naar de Wadden. Zoveel leuke dingen, het leven lachte me toe.

Daar stond ik dan met aan mijn voeten de overblijfselen van wat eens jongens waren met net zulke dromen. Losgerukt van het leven door allesvernietigend staal, dat nu lag te roesten tussen de botten van ooit levenslustige jongens. Voor eeuwig gevangen in een kil graf in Hollandse bodem, ver van hun huis en familie, gesneuveld in een ver en vreemd land. Nooit fatsoenlijk afscheid kunnen nemen.

En Bill, de oom van de andere Bill, en de Schot, zij leefden voort, en sappelden. Ze snabbelden wat bij, om een karig pensioentje aan te vullen. Wel hadden ze altijd hun verhalen nog en hun nachtmerries wellicht.

Terug in het Runover Hotel zaten we met een biertje, diep onder de indruk, de dag te overpeinzen. Bill, fervent antiroker: "Jeeezz Herm, for a moment I thought that old Scottish geezer was gonna croak, he was coughing his lungs out."

"He's made it this far, he's a cat with nine lives and then some, I wouldn't get worked up about him smoking a cigar." Antwoordde ik.

"Yeah, I guess, but what an incredible story eh?"

Reageren op artikelen? Graag! Er gelden spelregels. We moedigen toevoeging van uw reactie op onze content aan, maar kijken streng naar taalgebruik.

24-06-19, 02:06
Herman Mateboer
01-06-19, 09:06
21-05-19, 12:05
06-05-19, 12:05
29-04-19, 09:04
25-04-19, 09:04
23-11-18, 03:11
Herman Mateboer
20-11-18, 10:11
Paul Grove
24-07-17, 10:07
Copyright Reismedia BV 2019