Herman Mateboer: Schuttersputje

23 december 2013

Elf jaar geleden werd ons dochtertje geboren, begin december. We hadden besloten om voor het eerst de bevalling thuis te laten plaatsvinden. In andere landen schijnen ze zich daar echt over te verbazen, zoiets belangrijks niet in het ziekenhuis te laten plaatshebben. Er kleven risico’s aan.

Deze avond bleken die risico’s gelukkig beperkt. De vroedvrouw- mijn heerlijk archaïsch woord- was een kordate tante in een zelfgebreide trui die naar oliebollen stonk. Mijn vrouw was met de derde al aardig ingewerkt dus het ging als de gesmeerde bliksem. Ik zat beneden nog even de mail te checken toen van boven een woeste oerkreet klonk en ik met grote spoed muis en toetsenbord moederziel alleen liet om te kijken hoe mijn mooie dochter op de wereld kwam. Wat een geluk. Ik herinnerde mij een liedje op de radio; Each night I go to sleep, I count my blessings, not the sheep.

Nu, net voor Kerst in een maand vol verjaardagen, kom ik met mijn vrouw thuis van een verjaardag bij een goede vriend. Hij is iemand die ik van het prille begin van mijn luchtvaartcarrière ken. The wild frontier, toen wij in Amerika onze opleiding volgden. Hij liep wat voor op mij, kwam in dienst bij Transavia, stapte over naar de KLM. We deelden een flat in Almere samen met nog een Martinair makker. Lang leve de lol. De pizzakoerier was kind aan huis. Hij nam zijn helm niet eens meer af. Salaam aleikum, shukran en een fooi voor de Egyptenaar. Hij die op zijn brommertje trouw weer en wind trotseerde met zijn maaltijden die ons gebrek aan kookkunst niet verbloemden. Dat was ook niet nodig, waarom zou je zoiets ontkennen? Altijd een goeie calzone of een shoarma met friet in een tijd dat niemand ooit van kapsalon had gehoord.

Des nachts lag er altijd wel een van ons grijnzend in zijn bed te luisteren - bioklok gefrustreerd door werkzaamheden - naar de escapades van zijn roommate met een lovely lass aan de andere kant van het ytong muurtje. Escapades waar de volgende ochtend boven koffie en croissants over geginnegapt werd. Het wicht erbij met rode konen, zoekend naar een plek ver weg van deze analyserende debriefing. Mannen zijn varkens, ik ontken het niet.

Bruggetje
Twintig jaar later. De avond dat zijn dochter jarig was zat ik met mijn vriend en vele anderen te praten. Geen hond buiten de luchtvaart die het beginsel senioriteit snapt. All over the news. Dat vergt enige uitleg. Waar gaat het om. Ik (Martinair vlieger) maak me zorgen om de zekerheid voor mijn baan. Hij (KLM vlieger) maakt zich zorgen om carrière vertraging. Ik snap hem, hij snapt mijn zorgen, dat is al heel wat!

De verjaardagen van de twee van mijn jongste kinderen combineren we vaak. Dan komt altijd hun surrogaat opa op bezoek. Een echte opa hadden ze nooit, van beide kanten niet. Magere Hein kwam veel te vroeg. Die surrogaat opa, daar vloog ik mee op de DC10 en de MD11. Die man heeft aan de wieg gestaan van menig Martinair CAO. Al jaren met pensioen heeft hij nog altijd een hele mooie 'birds eye view' van het hele gebeuren. Hij volgt de toestanden die zich nu afspelen over de integratie van de Martinair Cargo piloten in KLM op de voet.

Vroeger waren de dingen simpel en recht toe- recht aan, volgens hem. Het was Koude Oorlog en je wist wie je opponent was. Zo ook in vliegersvakbondsland. Nu is het veld verdeeld. Niets is meer wat het lijkt, door het veld ligt een soort van Grand Canyon. De woorden die over en weer vliegen, binnen wat eerst stond als een blok, zijn niet van de lucht. Iedereen zit in zijn loopgraaf en niemand lijkt nog een centimeter toe te geven. Vechten tot het bittere eind. Er is geen brug meer, die is verbrand zo het lijkt. De oproepen tot verzoening zijn geladen met condities. David tegen Goliath. De pers smult. Onrust in het Kremlin.

Een eeuw geleden kwamen soldaten uit hun loopgraven en zongen gezamenlijk het ‘Stille nacht, heilige nacht.’ Een dag later ging de bittere strijd weer voort, doorploeteren met het hoofd gebogen. Een vriend in ‘het blauwe huis’ zei onlangs dat we over drie jaar waarschijnlijk zouden lachen om deze kemphanen strijd. Dat is goed mogelijk, denk ik. Hoop ik.

We praten over communicerende vaten. De een krimpt, Martinair, de ander groeit, KLM. Het ervaren van een virus (het absorberen van een 'vreemd' bedrijf, een andere cultuur) schept altijd een antibody. Strijd. Ik denk dat het een achterhoede strijd is die rookgordijnen opwerpt. Die rookgordijnen ontnemen ons nu allemaal even het zicht op wat veel urgenter is. De lange afstand. Het overleven van een aanval van externe partijen die ons gezamenlijk kunnen vloeren. Niet als vakbond of vliegergroepering maar als luchtvaart natie.

Als de kemphanen niet ergens midden op de brug ongewapend samen kunnen komen dan vrees ik dat in het gevecht wij vergeten over onze schouder te kijken. Je gewaar worden van die molochs die, als het even lukt, ons zullen decimeren.

Als we het moeten hebben van Brussel om met hun stroperigheid ons enige hulp te bieden tegen dit geweld dan kunnen we elkaar met komende Kerstfeesten op het luchtvaart kerkhof begroeten met een fles Ouwe Klare. Jammeren en sentimenteel zingen over wat eens was.

Hier zijn twee bedrijven die in elkaar schuiven, waar binnen een aantal mensen over elkaar dreigen te struikelen. We zullen met zijn allen midden op die brug samen moeten komen om te praten. Als we het niet doen kan het een gezamenlijke bietenbrug worden. Niet wenselijk.

Herman Mateboer

 

Reageren op artikelen? Graag! Er gelden spelregels. We moedigen toevoeging van uw reactie op onze content aan, maar kijken streng naar taalgebruik.

07-05-10, 07:05
24-10-09, 12:10
10-09-09, 02:09
Copyright Reismedia BV 2019