Paul Grove: Vliegen op de hand

Paul Grove
19 maart 2018

Laatst hoorde ik dat de lijnpiloot, in het algemeen, niet meer op de hand kan vliegen. Het eerste wat ik dacht: wie is deze vakman om dat te kunnen zeggen en waarop baseert hij zijn mening? Wanneer hij uit de vliegwereld komt, kan ik me er wel iets bij voorstellen.

Maatschappijen zijn niet zo gecharmeerd van het op de hand vliegen omdat de passagiers dat goed kunnen merken en, niet onbelangrijk, het brandstofgebruik omhoog gaat. Zeker op grotere hoogtes wordt al lang niet meer op de hand gevlogen. Het niet werken van de automatische piloot is zelfs een No Go.

Met de huidige verticale separatie afstanden (de separatie op kruisniveau werd van 600 meter naar 300 meter verlaagd), is het ook niet meer te doen. Een fractie de stick bewegen, geeft direct al een flink hoogte verschil. Gevolg daarvan is dat ander vliegverkeer, in de nabijheid, direct een automatische waarschuwing kan krijgen om uit te wijken. Daarbij, beweeg je de stick iets naar voren dan komen passagiers, die hun riem niet vasthebben,  los van hun stoel.

Hoe kunnen vliegers hun vliegvaardigheid toch op peil houden? Natuurlijk in de vliegsimulator. Ieder half jaar krijgen vliegers een paar uur training en moeten ook een test afleggen.
In de praktijk op de hand vliegen is wat lastiger. Tijdens de nadering dienen de piloten vlot en exact de aanwijzingen van de verkeersleiding op te volgen. Koers, hoogte en snelheid dienen nauwkeurig te worden vastgehouden. De reden daarvan is dat de vliegtuigen die in de nadering zitten zo dicht mogelijk achter elkaar worden opgelijnd, de minimale onderlinge afstand respecterend. Wanneer je daar op de hand gaat vliegen en je gaat afwijken, krijg je al gauw van je collega te horen of je last hebt van een slap handje.

Maar hoe kan je dan toch het handmatig vliegen beoefenen?
Dat moet je doen op velden die minder druk zijn, veelal in het zuiden van Europa. Ook op de drukke velden kan je goed oefenen maar alleen tijdens de eindnadering, de laatste paar kilometer. Bij slecht zicht moet je echter op de automatische piloot blijven vliegen, vaak tot na de landing. Wanneer het zicht goed is, maar met  bijvoorbeeld harde wind of zelfs bij zijwind, kan men goed op de hand vliegen. Vaak is dat, in dit geval, aangenamer voor de passagiers omdat het vliegtuig dan minder abrupt corrigeert. Vrijwel alle piloten vinden dat ook het leukst om te doen. Je blijft echter, ook wanneer je op de hand vliegt, afhankelijk van je instrumenten.
Je wisselt het naar buiten kijken af met op je instrumenten kijken. Zie je de baan al? Wat is de hoogte, koers en snelheid, wat is de wind en uit welke richting? Wat geeft het glijpad aan? Al die gegevens moet je combineren en daarbij het landingsgestel op tijd selecteren en de juiste flap selecties maken. Het lijkt moeilijk maar makkelijk te leren. Bovendien, een landing zo tot een goed einde brengen geeft veel voldoening.
Een probleem tegenwoordig is bij sommige toestellen dat de automatische piloot door toedoen van de programmeurs meedenken en meesturen, vooral na de landing. Het geeft soms aardige schuivers. Piloten en programmeurs die elkaar tegenwerken. Hier is nog wel wat werk te doen om het te verbeteren.

Een goede manier om toch de vliegvaardigheid op peil te houden is om op kleine toestellen te gaan of te blijven vliegen.
Commercieel vliegen op grote vliegtuigen is een wereld van verschil met de kleine luchtvaart. Bij de laatste moet je vrijwel alles zelf doen. De vluchtvoorbereiding vraagt al gauw een paar uur. Vergeet niet, je hebt dan niet de medewerking van een vliegmaatschappij. Ook het vliegen op lage hoogtes heeft zijn eigen problemen. Vooral op tijd ander verkeer zien is niet gemakkelijk. Er zijn instrumenten voor het zien van ander verkeer zoals een transponder of een Flarm. Deze instrumenten laten op een scherm zien waar ander verkeer vliegt. Helaas, deze instrumenten zijn lang niet overal verplicht. Zweefvliegtuigen laten ze nogal eens uit staan om anderen niet te laten zien waar thermiek zit. Gevolg hiervan is nogal wat bijna-botsingen, waarvan ik er inmiddels ook al een paar van heb gehad. Laatst kwam ik drie hanggliders tegen op een hoogte van ruim 2 kilometer. Kleine luchtvaart is niet zo simpel als het lijkt. Kortom, alle respect voor de kleine luchtvaart. Een goede mogelijkheid voor lijnvliegers om hun skills bij te houden.
Overigens, ik denk zelf dat er niets mis is met de huidige vliegvaardigheid van de piloten.

Er is een komend groot tekort aan verkeersvliegers, wellicht iets voor u, uw dochter of uw zoon?
Mijn tip: begin zo jong mogelijk met zweefvliegen.

Paul Grove
[email protected]

 

Reageren op artikelen? Er gelden spelregels.

23-11-18, 03:11
Herman Mateboer
20-11-18, 10:11
Paul Grove
24-07-17, 10:07
Paul Grove
10-05-17, 09:05
Herman Mateboer
04-03-17, 04:03
24-02-17, 09:02
Herman Mateboer
20-01-17, 10:01
Copyright Reismedia BV 2018