Herman Mateboer: Pers.nr. 15708

1 april 2015

Van onder de luifel van de hotel entrée stapte ik in het late middaglicht. Honderd meter verderop zag ik op het terras van de Grove Spot wat collega’s zitten. Ik wuifde en gelijk sprong er een schreeuwend overeind en rende met ware doodsverachting dwars de straat over naar me toe en gaf me een dikke knuffel. De rest van de collega’s volgde op zijn hielen en van hen kreeg ik ook een bear hug met bier op de adem.

Ik vermoed dat de serveerster de schrik om het hart moet zijn geslagen toen zij vier kerels zag wegrennen zonder te betalen, maar ik vond het een prachtig warm gebaar van mensen waar ik jaren mee samengewerkt heb. Voor de laatste maal hees ik mijn grijze koffer achterin de Chevrolet bus en zag de chauffeur al denken; hier gaan we weer, eindeloos gekwetter in een taal vanuit de strot en ik wil naar het veld en dan naar huis. Hij bleef geduldig wachten tot we uitgepraat waren en dat leverde hem later een extra fooi op van mij.

Een eind aan 23 jaar als nomade over de wereld zwerven voor een illuster bedrijf wat dreef op de ideeën, het zakeninstinct en lef van Martin Schröder. Dat is nog altijd een ding voor mij om dankbaar voor te zijn, trots op te zijn, dat ik deel heb mogen uitmaken van een club mensen die zo vertrouwd was dat het familie had kunnen zijn.

Martinair is voor mij altijd een fijne, een goede en correcte werkgever geweest. Ook hier geldt, je krijgt wat je geeft. Ondanks gemopper nu en dan wist je dat je het niet beter ging treffen, dat was een gevoel wat niet echt becijferd kon worden. Dat gevoel kreeg echter wel inhoud in het fijn kunnen werken met je collega’s, of dat nu je indeler was, de collega die je van D6 naar het Sierra-platform reed of de loadmaster die in Khartoum de kist in een uur kon omdraaien omdat iedere vent met of zonder jurk sidderde voor deze twee meter zeer fysieke brok poldergogme. De GWK die begreep dat die bloemenlading in de brandende zon met de minuut meer verpieterde en sleutelde alsof zijn leven er van afhing. De aardige dame op kantoor die je voor de derde keer er aan herinnert dat je de tyfusprik weer moet gaan halen. De mensen van Operations Control die vliegplannen maken en je helpen met laveren tussen de vulkanen van de Zuid-Amerikaanse rim of fire. Voor allen; niets dan respect, bewondering en heel veel dank!

De prachtige discussies met cockpitcollega’s over liefde, dakkapellen, zes cylinders en zonnecellen. De smaak van bife de lomo bij Cabaña las Lilas versus die van Don Julio. Beter met Malbec of Cabernet? Het onbaatzuchtig sponsoren van meisjes die zo arm waren dat ze helemaal geen kleren aanhadden en ondanks die armoe toch lustig rond chromen palen zwierden in weerwil van zwaarte- en G-krachten. Collega’s die in het laadruim scheefgezakte kooien met benepen blerende schapen eigenhandig rechttrokken teneinde deze passagiers wat lucht te geven. Vliegers die nog net - aan het begin van een twaalf uur duty - op de valreep een pistoletje wisten te verzekeren uit de catering voordat een horde hongerige paardenoppassers er als sprinkhanen overheen ging. Mensen met allemaal een eigen verhaal en mooie anekdotes, kerels met bijnamen als Chuck McMountain, Onslow of Didgaridoo, de Generaal, of Captain Tripod. Ludieke verhalen die met de borrel steeds weer verteld werden tot je de tranen over de wangen rolden.

Toch voelt het voor mij niet alsof ik afscheid neem. We gaan gewoon verder op een andere plek, onze wereld blijft klein en we zullen elkaar altijd ergens weer zien. Maar naar de vliegers ook; heel veel dank voor de mooie vluchten, het professionalisme, de vriendschap. Het maakte het werk zo plezierig. We leefden de droom van elke jonge kerel en we zijn er langzaam samen ouder mee geworden. Alhoewel, langzaam? Het vloog voorbij, a life like a swift summer breeze.

Onlangs hebben we in Brasschaat een veel te jong overleden collega uitgeleide gedaan. Een derde van ons korps kwam Anthony de laatste eer bewijzen. Het maakte diepe indruk op mij. Dan sta je samen na te praten en je kijkt om je heen en denkt maar een ding; Wat een prachtige club mensen! Ook verbintenis in tijden van shock, gemis en verdriet. Dat wat je bindt pakt niemand je af.

Voor mij is een tijdperk ten einde gekomen met een laatste vlucht van Miami naar Amsterdam. Ik ga gewoon verder met een rode staart, zijt niet bevreesd, alleen gaat het verder in een ander land. Voor een club met lef, schwung, geld en grote dromen. Een nieuw begin aan de Zee van Marmara. In een stad op de grens van Europa en Azië, ouder dan Rome, met prachtig betegelde hamams daterend uit tijden dat wij de nachtspiegel nog uit het raam leegden en zeep net zo schaars was als okselfris.

Bij Turkish wordt het een ander soort leven. Ik zal moeten wennen aan dat ik voor het eerst in mijn persoonlijke jet age maar met twee motoren vlieg, al zijn ze monsterlijk groot. Dat ik weer moet speechen tegen passagiers en dat er zowaar koks in de galley staan. Er zijn me al collega’s voorgegaan en er zullen er nog aardig wat volgen verwacht ik. Het leven met de broederschap zal nooit meer helemaal hetzelfde zijn, maar ik verwacht er ook veel voor terug. Anders, exotisch, op een andere manier verrijkend. Laat maar komen!




Reageren op artikelen? Er gelden spelregels.

24-06-19, 02:06
Herman Mateboer
01-06-19, 09:06
21-05-19, 12:05
06-05-19, 12:05
29-04-19, 09:04
25-04-19, 09:04
23-11-18, 03:11
Herman Mateboer
20-11-18, 10:11
Paul Grove
24-07-17, 10:07
Copyright Reismedia BV 2019